Evaluatie

Hoe evalueren wij op onze school?evaluatie1

Onze school kiest in haar evaluatiemethode voor een combinatie van dagelijks werk/examens en gespreide evaluatie voor de A-stroom, ASO en TSO. Voor de B-stroom en de onderwijsvorm BSO wordt permanente evaluatie toegepast waarbij het gewicht voor 100% naar het dagelijks werk wordt verlegd. Hierdoor zullen de leerlingen automatisch regelmatiger moeten werken en wordt hun inbreng tijdens de lessen ook belangrijker.

Daarnaast stellen we het breed evalueren voorop. We willen door middel van een degelijke evaluatiepraktijk niet alleen zicht krijgen op wat onze leerlingen kennen en kunnen, maar ook actief aan de slag gaan met de verkregen informatie. Breed evalueren houdt in dat de leerling d.m.v. zelfreflectie en allerlei evaluatiemethodes (feedback leren geven en ontvangen, peerevaluatie…) in staat is om verantwoordelijkheid te krijgen over het eigen leerproces. Het betekent ook dat we als school aandacht hebben voor het evalueren van de talenten en mogelijkheden van elk persoon en dit vanuit verschillende invalshoeken.

Cijferrapport en attituderapport

De rapportering in ASO/TSO ziet er als volgt:

  • DWO – tussentijds rapport: september-oktober
  • DW1: september-november
  • EX1: december
  • DW2: januari-maart
  • DW3: april-mei
  • EX2: juni

De rapportering in BSO ziet er als volgt:

  • PE1: september-oktober
  • PE2: november-december
  • PE3: januari-maart
  • PE4: april-juni

Iedere leerling krijgt bij elk dagelijks werk ook een attituderapport, waarbij de attitudes stiptheid, respect, zorgzaamheid voor materiaal, inzet en taalgebruik worden beoordeeld op een schaal van 1 tot 4. Dit rapport is zinvol en geeft aan welke werkpunten een leerling nog heeft op het vlak van attitudes. Bijsturingen kunnen uitmonden in een volgkaart of andere maatregelen.

Competentierapport

Logo evaluatieNaar aanleiding van de projectwerking d.m.v. modules in alle graden en onderwijsvormen wordt er gestreefd naar een kwalitatieve evaluatie door middel van een competentierapport. Op het rapport krijgt de leerling per module een waardeoordeel voor zelfsturende, sociale, functionele competenties en leercompetenties. Er is ook ruimte voor zelfreflectie en voor de eigen ervaringen van de leerling.

Ook voor de leerlingen die stage (in BSO en TSO) lopen, is een competentierapport een aangewezen instrument voor evaluatie. Op de arbeidsmarkt wil men namelijk dat steeds meer mensen naast de kennis van hun vak ook over een aantal sleutelcompetenties beschikken, die in sterk wijzigende en complexer wordende contexten kunnen ingezet worden. Het gaat dan over werkkwaliteiten als stiptheid, nauwkeurigheid, assertiviteit, engagement, flexibiliteit en doorzettingsvermogen.